Van soul tot scro(u)ll…
Ik hoop voor je dat jij het ook hebt: de muziek die je al je hele leven ‘beleeft’. Die je culturele blauwdruk vormt en je terugvoert naar je roots. Er zijn albums die iets in je raken. Iets dat niet in woorden te vangen is. Ze nestelen zich in je geheugen. In je verbeelding. Ze groeien met je mee en blijven dicht bij je hart. Als elektronisch muzikant is dát de reden waarom ik doe wat ik doe. Om iets te maken dat betekenis heeft voor anderen. Dat raakt en beweegt. Maar kijk je naar hoe de muziekindustrie vandaag werkt in onze maatschappij, dan zie je een oorverdovend contrast.
Muziek is geen behang
Het is herinnering, troost, verlangen, identiteit. Het is zelfs therapie. Mensen met dementie herkennen klanken van vroeger nog feilloos. Muziek activeert hersendelen die woorden allang niet meer bereiken. Dat alleen al zegt alles over de kracht en de diepte ervan. Maar de ontwikkelingen in de muziekindustrie luisteren daar niet naar.
Muziek is in handen van techbedrijven
Dus niet van muziekliefhebbers. Niet van crate diggers. Niet van onafhankelijke labels. Niet van jou. En zéker niet van artiesten. Streamingdiensten als Spotify en TikTok zijn gebouwd rondom algoritmes die geoptimaliseerd zijn om jouw aandacht vast te houden. Niet om je te raken. Het algoritme kijkt niet naar emotionele impact, maar naar skip rates, retentie en hoe snel iets ‘haakt’. Muziek moet binnen drie seconden ‘werken’.
Een intro van twintig seconden? Weg ermee.
Wat dat voor indie (independent) muzikanten betekent? Als je geen virale snippet kunt maken, besta je niet. En zelfs als je viraal gaat, zie je daar nauwelijks iets van terug. 100.000 streams op Spotify levert je gemiddeld €300,- op. En daarvoor moeten luisteraars langer dan 30 seconden blijven luisteren.
Muziek als data
Dezelfde principes die sociale media verslavend maken, zie je ook in de muziek. Dopamine loops, intermittent rewards, scroll triggers — allemaal bedoeld om je net lang genoeg te laten blijven hangen. Zodat je nóg een nummer luistert of nóg een TikTok bekijkt. En dus passen muzikanten zich aan. Niet per se om hun verhaal beter te vertellen, maar om het algoritme te pleasen.
Copywriting en de jacht op aandacht
Als copywriter zie ik overigens min of meer hetzelfde. Content wordt meer en meer gemaakt voor algoritmes. Veel minder voor mensen. Oppervlakkige clickbait wint het van gelaagde, betekenisvolle verhalen. ‘Ik verhoog jouw omzet naar een miljoen’. Oh, écht? Alles moet snel, hapklaar en meetbaar. Maar net als bij muziek is de vraag: wat blijft er eigenlijk hangen?
Vorm boven inhoud. Voor wie niet verder kijkt (of luistert).
We zijn in een cultuur terechtgekomen waarin vorm boven inhoud gaat. Maar de verhalen die blijven hangen, zijn de verhalen met diepgang. Met imperfectie. Met ademruimte. En hier en daar een rimpeltje. Het algoritme maakt daar niet vanzelf ruimte voor. Dat moet je zélf doen. Door opnieuw te kiezen voor betekenis. In muziek. In woorden. In marketing. In wat je maakt, deelt en consumeert.
Versnellinkje lager
Ik besluit voor mezelf zo nu en dan bewuster aan de noodrem te trekken. Meer de tijd te nemen. Voor alles. Om albums te kopen en te beluisteren. Om nieuwe -indie- parels te ontdekken en zelf muziek te maken die tijd nodig heeft. Die je niet meteen begrijpt. Die je uitdaagt om stil te vallen. Niet om een curve te optimaliseren, maar om een emotie los te maken. Om te raken. Misschien is dat niet wat het algoritme wil. Maar het is volgens mij wél wat mensen nodig hebben. Gemaakt in een wereld van algoritmes, maar geschreven en gecomponeerd voor wie durft te luisteren.
Het meeste van mijn werk mag je gerust ‘niche’ noemen. Toch is het er. Durf jij te luisteren? Ghostnote op Spotify. En als je albums of track voor ééuwig in je platenkast wil hebben, dan kun je ze nog steeds gewoon kopen. Op bandcamp. Voor weinig. Maar dat weinige komt dan wel écht bij de maker terecht 😉

